Het einde van de iconische Volkswagen Golf lijkt nabij. Volgend jaar krijgt de huidige achtste versie nog een laatste update en daarna is het voorlopig uit voor wat jarenlang het meest verkochte automodel van Europa was. Dat zegt Volkswagentopman Thomas Schäfer in een interview met een Duits vakblad. Al benadrukt hij wel dat de merknaam "Golf" niet gaat verdwijnen. Mogelijk krijgt op termijn een elektrisch model die naam.
De Volkswagen Golf was de rechtstreekse opvolger van de legendarische Kever. De productie daarvan was net na de Tweede Wereldoorlog begonnen en duurde tot in Europa tot in de jaren 70. In Latijns-Amerika werd de auto zelfs nog tot begin jaren 2000 geproduceerd. Het was een razend populair wagentje. In ruim 70 jaar tijd werden wereldwijd 21,5 miljoen Kevers verkocht.
De laatste Kever rolt van de band in de fabriek in Wolfsburg in 1974 Verwendung weltweit
In 1974 rolde de eerste Golf van de band, het autootje dat die iconische Kever moest opvolgen. Grote schoenen om te vullen, maar intussen heeft het model die verwachtingen ruimschoots ingevuld. Volgens cijfers van Volkswagen zelf waren tegen 2019 wereldwijd al meer dan 35 miljoen Golfs verkocht. Het was jarenlang het meest verkochte automodel van Europa.
De Golf 1
De Golf is intussen aan de achtste generatie toe. En die achtste versie wordt, na een update volgend jaar, voorlopig ook de allerlaatste versie met een verbrandingsmotor. Dat heeft Volkswagentopman Thomas Schäfer gezegd in een interview met het Duitse vakblad Automobilwoche. "Daarmee is het model up-to-date tot het einde van het decennium."
"Daarna moeten we bekijken hoe dat segment van de markt precies evolueert." Voorlopig voorziet Volkswagen geen nieuw Golfmodel en focussen ze zich op hun elektrische voertuigen. "Tenzij de markt tegen 2026 of 2027 helemaal anders zou evolueren, maar dat verwachten we niet", zegt de topman. Mogelijk krijgt op termijn een elektrisch model wel de naam "Golf" al nog niet duidelijk of, hoe en wanneer dat zal gebeuren.
Het is duidelijk dat we iconische namen zoals "Golf", "Tiguan" en "GTI" niet opgeven
De merknaam gaat wel niet helemaal op de schop. "Het is duidelijk dat we iconische namen zoals "Golf", "Tiguan" en "GTI" niet opgeven, maar overhevelen naar de elektrische wereld. Zomaar een van deze namen plakken op een willekeurig voertuig, gaat niet. Die fout gaan we niet maken." Nochtans is er korte tijd een elektrische Golf geweest. De zogenoemde e-Golf wordt momenteel niet meer gemaakt en is vervangen door de ID.3.
De e-Golf is niet lang op de markt geweest
Elektrische Golf?
Het is dus afwachten of en welke elektrische auto op termijn de merknaam Golf gaat dragen. Volkswagen is voor hun elektrische voertuigen intussen een aparte reeks met nieuwe namen begonnen: de zogenoemde Intelligent Design-reeks waarbij elk model begint met de letters "ID", gevolgd door een cijfer. De ID.3, ID.4 en ID.5 bijvoorbeeld. Hoe hoger het cijfer, hoe groter de auto.
De ID.3 bijvoorbeeld is qua formaat ongeveer de grootte van een Golf en lijkt de ideale vervanger in dat segment van de markt. Wie weet krijgt dit model ook ooit nog de naam "Golf". Al lijkt Schäfer dat in het interview voorlopig uit te sluiten. De ID.3 heeft volgens hem niet genoeg "Golf-genen" en een te hoog dak. Zaken die niet per se onoverkomelijk lijken op lange termijn.
Herbert Diess, de toenmalige topman van Volkswagen, bij de lancering van de ID.3 in 2019. Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved
Hetzelfde lot als de Golf lijkt ook de kleinere Polo beschoren, want eerder deze maand kondigde Volkswagen de zogenoemde ID.2 aan. Een volledig elektrische auto de grootte van een Polo die vanaf 2026 op de markt zou komen en minder dan 25.000 euro zou kosten met een actieradius van 450 kilometer. Mogelijk is daarmee op termijn de vervanger van de Polo bekend. Of ook die ooit de naam "Polo" zal krijgen, blijft afwachten.
Staatssecretaris Mathieu Michel (MR), bevoegd voor de Regie der Gebouwen.Beeld Photo News
Zo’n 500.000 vierkante meter van de 887 federale gebouwen staat leeg. Zo’n 100.000 vierkante meter daarvan wordt zelfs gehuurd, schrijven Het Nieuwsblad en Gazet van Antwerpen vandaag. ‘Weggegooid geld dus. Dit is geen toonbeeld van goed bestuur’, zegt cd&v-Kamerlid Franky Demon, die de cijfers opvroeg bij bevoegd staatssecretaris Mathieu Michel (MR).
Een kleine 450 miljoen euro per jaar betaalt de Regie der Gebouwen om een reeks gebouwen te huren voor de federale overheid. Dat is nodig om de administratie en de federale diensten te huisvesten. Alleen wordt de gehuurde ruimte lang niet altijd volledig gebruikt. Zo’n 100.000 vierkante meter staan gewoon leeg.
Met als uitschieter het Eurostation, het grote gebouw vlak bij het Zuidstation in Brussel. De 77.000 vierkante meter waarvoor de overheid elke maand bijna 1,4 miljoen euro neertelt, wordt maar voor de helft gebruikt. De rest van het gebouw, dat sinds 2005 met een contract tot 2035 wordt gehuurd, staat dus leeg. Maar ook in de rest van het land worden gehuurde gebouwen niet altijd helemaal gebruikt.
CD&V-Kamerlid Franky Demon.Beeld Photo News
Volgens Demon beloofde staatssecretaris Michel in zijn beleidsnota wel om het vastgoed van de federale overheid beter te beheren en zou hij bij het bepalen van de oppervlakte rekening houden met de vele thuiswerkers die er sinds corona zijn bijgekomen.
Michel wijst erop dat deze regeerperiode de totale oppervlakte al met 1 miljoen vierkante meter verminderd is, van 7,8 naar 6,8 miljoen vierkante meter. Bedoeling is daar nog eens een miljoen af te doen en 37 miljoen euro per jaar te besparen tegen 2030.